De Algemene Inspectie Dienst (AID) wordt jaarlijks geconfronteerd met bedrijven waar verwaarlozing van landbouwhuisdieren een structureel karakter heeft gekregen. De situatie is moeilijk op te lossen doordat onvoldoende handvatten aanwezig zijn om de bedrijfsvoering structureel te verbeteren dan wel bedrijfsbeëindiging af te dwingen. De bedoelde bedrijven zijn vaak al langdurig en ver afgezakt en vallen daardoor tussen wal en schip. Het gevolg is dat de AID niets anders kan doen dan regelmatig controles uitvoeren en zo nodig verbaliseren.
De verwachting is dat een deel van de betreffende bedrijven baat heeft bij een intensief begeleidingstraject om structurele (herhaalde en/of langdurige) dierverwaarlozing om te zetten in structurele oplossingen voor zowel dier als mens. Dit betekent dat er voldoende aandacht zal moeten zijn voor zowel bedrijfseconomische aspecten, maatschappelijke aspecten als aspecten die te maken hebben met de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de betreffende veehouders.
In de pilot gaat het om bedrijven die in de afgelopen 5 jaar minstens 2 maal door de AID zijn bezocht en waar bij het bezoek duidelijke afwijkingen zijn vastgesteld met betrekking tot de verzorging en/of registratie van de dieren. De pilot beperkt zich tot bedrijven met rundvee en/of schapen als hoofdtak voor het inkomen van de betreffende veehouder. De pilot wordt uitgevoerd op basis van vrijwilligheid (convenant met veehouder).
Doelstelling: Beoordeling van de effectiviteit van een intensief begeleidingstraject voor bedrijven waar sprake is van structurele dierverwaarlozing. Bij de beoordeling van de effectiviteit staan structurele oplossingen voor zowel de betrokken dieren als de betrokken veehouder centraal. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vaste begeleidingsteams met zowel bedrijfsmatige als psychosociale expertise.